Hoe de tijd al tien jaar stil staat in de paardenhouderij

In juni 2009 kwam de dierenbescherming met de campagne ‘paardaardige tips’. Dit was een campagne om mensen bewust te maken van het feit dat paarden beweging, vriendjes en ruwvoer nodig hebben. Er waren ansichtkaarten gedrukt met daarop ‘Pablo doet lekker gek. Want hij staat al 3 maanden alleen binnnen’.

In de folder met daarop ‘paardaardige tips’ stond:

“Paarden zijn groepsdieren en willen voldoende weidegang (beweging) hebben. Ze moeten dus niet in hun eentje worden gehouden en ze willen veel meer dan een uurtje per dag lekker vrij (dus zonder ruiter) de wei in. Het lukt natuurlijk niet om het van ene op de andere dag helemaal ideaal te krijgen, maar er zijn heel wat paardaardige tips waarmee het leven van paarden eenvoudig aangenamer valt te maken.”

In de tips wordt genoemd dat een paard of pony alleen in de wei een vriendje moet hebben. Dat paarden in de natuur een groot deel van de dag bezig zijn met eten en dus beter af zijn met meerdere porties ruwvoer per dag. En zorg dat je paard op stal contact kan hebben met z’n buurman.

Inmiddels is het 2019 en oh wat zijn we enthousiast met zijn allen dat er een campagne is ‘deel je weide’ en dat er een keurmerk paardenwelzijn gemaakt is waarbij een half uurtje loslopen al voldoende is. Kortom…..

WE ZIJN IN TIEN JAAR TIJD HELEMAAL NIETS OPGESCHOTEN

In discussies zie je mensen antwoorden dat we ontzettend blij moeten zijn met deze kleine stapjes. Nee, ik ben helemaal niet blij, wat het zijn geen stapjes, het zijn nog steeds diezelfde fucking schijnbewegingen van tien jaar geleden. Er verandert geen moer!

Weer adverteert een vijf sterren pension aangesloten bij de FNRS met ‘luxe boxen’ en wel vier paddocks waar de paarden in kunnen als hun box uitgemest wordt. De hele winter komen deze paarden dus amper buiten! Gelukkig is er wel aan alles voor de ruiter gedacht; drie rijbanen, één binnen en twee buiten, natuurlijk één van 20 x 40 én één van 20 x 60 m. Natuurlijk is ook aan de stapmolen gedacht. Vijf sterren, vijf! Voor wat? Niet voor paardenwelzijn in elk geval. Mij is ter ore gekomen dat alle bedrijven die aangesloten zijn bij de FNRS sowieso het keurmerk paardenwelzijn krijgen, want ook dit bedrijf kan kennelijk ergens aan de minimumeis voldoen dat een paard een half uur per dag losloopt. Waarschijnlijk wordt lopen in de stapmolen dan ook als loslopen gerekend.

Over tien jaar staan we dan weer met z’n allen te juichen dat een BN-er in een fimpje, opgenomen in een box met dichte muur, vertelt dat paarden samen gelukkiger zijn? En dan hebben we weer een campagne en een nieuw keurmerk (kwartier uit de box is genoeg)? Of zou er dan écht een keer wat veranderd zijn…..

 

Sportpaarden buiten; eventing en dressuur

Heleen met Dorene

Wij hebben 3 paarden aan huis staan:

-KWPN ruin, Z2 dressuur en L eventing, 23 en topfit. Wordt op niveau in conditie gehouden.

-Zangersheide ruin, Aan zijn eerste wedstrijden bezig met ambities om het andere paard in  alle disciplines voorbij te gaan streven, 7 jaar

– Shetlander merrie, de oppas, 9 jaar

Ze staan normaal 12 uur per dag op een weiland met stripbegrazing waar ze altijd toegang tot een schuilstal hebben. De andere 12 uur staan ze op een droge paddock van 900m2 met een aantal stallen en een overkapping waar altijd voordroog in een slowfeeder zit. Ze kunnen onder het afdak van de stallen met drinkbakjes naar de slowfeeder onder de overkapping lopen. Met slecht weer hoeven ze dus niet eens nat te worden.

2 Keer per dag gaan ze even ‘op stal’ om apart gevoerd te worden. Bietenpulp en krachtvoer variërend van Pavo Vital (shetlander) tot een krachtvoer (2 kg 18Plus voor de oudste).

Ik heb in de eerste jaren stro in de stallen gehad maar toen ik erachter kwam dat de paarden écht liever buiten lagen en écht alleen naar binnen gingen om te plassen…… ben ik daar mee opgehouden. Alleen bij aanhoudende regen en langdurige vorst gooi in de stallen vol stro. Meestal word ik daarbij hartelijk uitgelachen door mijn vriend en mijn paarden maar ik slaap er beter door,

De paarden zijn deels of geheel geschoren in de winter en hebben dan een deken op. Half geschoren is voor ons het minimum om ook in een binnenbak fanatiek te kunnen trainen.

De oudste staat nu voor het eerste jaar zonder deken omdat hij het iets rustiger aan mag gaan doen. Voor het geschoren paard is normaal gezien een 200 gram deken voldoende. De paarden hebben duidelijk liever geen hals op dus die krijgen ze alleen bij heel nat weer of ijzige oostenwind. Ik probeer wel iedere dag de deken even helemaal af te laten als ze samen staan. Dat moment grijpen ze dan echt aan om uitgebreid te kriebelen.

Alle paarden zijn netjes op gewicht. De 7 jarige wordt niet snel dik. De oudste heeft daar in het verleden (pensionstal met minder uren buiten) wel echt last van gehad. Dat werd echter makkelijker te beheersen toen hij langer dan 4 uur de wei op ging. Hij leek meer rust te krijgen tijdens het eten want hij kwam minder vaak opgeblazen naar ‘binnen’. Ik vind het nu gemakkelijker om hem binnen het redelijke op gewicht te houden dan voorheen. De shetlander heeft in de zomermaanden een graaskorf omdat het rijkere gras voor de sportpaarden voor haar te veel is.

Wij zitten op zandgrond en het is dus redelijk eenvoudig om het jaar rond weidegang te bieden en de paarden op een droge ondergrond te laten lopen. Het vergt wel goed onderhoud en eens per 2 jaar moeten we een stuk zand in de paddock lostrekken of deels verversen.

Ik train fanatiek in alle disciplines en laat mij niet tegen houden door het weer. In de winter ben ik net zo actief als in de zomer. Bij vorst pak ik de trailer en ga naar de plaatselijke pensionstal waar ik voor €10 terecht kan. Er zijn hooguit 5 dagen in het jaar dat het mij door het weer niet lukt om te trainen zoals ik wil. Ik kan in de winter heel goed thuis rijden. In de zomer wijk ik vaak uit naar de 40×60 buitenbaan van de rijvereniging.

Het enige nadeel is dat ik de dag vóór een wedstrijd niet meer kan vlechten. Dan zit er mogelijk zand in de vlechtjes of ze hebben de vlechten eruit gekriebeld. Maar dat half uur eerder opstaan op de wedstrijd dag overleef ik ook wel.

Sportpaarden en sociale buitenhuisvesting zijn voor mij een heel logische combinatie.

Ik ervaar enkel voordelen. Een paard blijft een paard. Of je er nu alleen naar kijkt of glimmend oppoetst en de ring binnen stuurt. Buiten houden past bij mij beter bij het beeld van een blij en gezonde atleet.

Toen mijn paard nog op pension stond met bepekte buitentijd was ik altijd heen en weer aan het rijden om hem nog even uit zijn stal te halen. Zeker op de avond van een SGW. Want 2 uur op de trailer staan en dan op stal vond ik geen goede afronding van een lange en sportieve dag.

Ík vond het spannend toen ik de eerste nacht de deur op liet staan toen ze thuis stonden. En het paard? Die sliep vanaf het eerste moment heerlijk languit in het zand…….hehe

Ja maar rijden is ook niet natuurlijk……..

In alle discussies afgelopen jaren heb ik het al zo vaak gehoord:

“Ja maar rijden is ook niet natuurlijk”

Dat is dan vervolgens het excuus om paarden op te sluiten in boxen, te scheren, dekens om te doen en te voorzien van stalen schoenen. Het gaat er ook niet om wat natuurlijk is, want natuur is niet zo lief en gezellig als het klinkt. In de natuur heerst vooral honger, dood en verderf. Er is in de natuur geen medische zorg en in de natuur geldt het recht van de sterkste. Gezond oud worden is ook geen doel in de natuur, het enige wat de natuur wil is voortplanting. Als jij als merrie maar zes jaar oud wordt en wel vijf veulens hebt gehad, heb je voor de natuur je taak al meer dan volbracht en is je verdere aanwezigheid niet meer van waarde.

Rijden is dat niet natuurlijk, maar wel ontzettend gezond! Voor mens en dier. Paarden vinden over het algemeen buitenrijden erg leuk, vergelijk het met het uitlaten van je hond. De hele dag een beetje rondscharrelen op het erf is best oké, maar met uitlaten zie je veel meer! Bovendien maakt een paard in een paddock paradise, hoe goed deze ook is ingericht en hoe groot deze ook is, nooit het aantal kilometers die het maakt in het wild. In een paddock paradise lopen ze 3- 5 km in een etmaal, de rest moet je dan ‘bij’-rijden, of ‘bij’-mennen/wandelen/fietsen/steppen.

Rijden met je paard voorkomt overgewicht, houdt het paard soepel en zorgt voor een betere conditie. Beweging voor mens en dier voorkomt stress, houdt het hart gezond, het versterkt de botten en zorgt voor meer energie. De lijst voor mensen is ongeveer eindeloos en de meeste dingen gelden waarschijnlijk ook voor paarden; sporten reguleert je bloedsuikergehalte, verlaagt je bloeddruk, houdt je cholesterolgehalte in balans, verlaag fysieke en emotionele spanningen, vermindert rugpijn.

Een sportpaard kan prima buiten wonen én presteren, ook met een wintervacht en zonder dekens. Ik heb het al vaak in discussies verteld, maar onze paarden staan altijd buiten, zonder dekens, worden niet geschoren en toch trainen we voor endurance. Onze paarden hebben wedstrijden gereden van 80 en ook wel 100 km, zonder stal, deken, scheren en met wintervacht. De eerste wedstrijden zijn vanaf half maart, dat betekent dat alle wedstrijden die we rijden tot half mei, altijd met een harige vacht zijn. Endurance is geen blokje om van 3 km, maar we hebben het over 3 tot 8 uur achter elkaar rijden met snelheden van 10 – 15 km/h, alles draf en galop, elke 20 of 30 km is er een pauze van een half uur. Vele malen zwaarder dus dan een dressuurproef van 7 minuten. Scheren in de dressuur heeft vooral een esthetische reden; een haarbal in de ring ziet er minder mooi uit. Scheren voor het zweet is geen argument.

Een paard dat het warm krijgt tijdens het trainen, zweet gewoon met zijn wintervacht en de vacht is zo gemaakt dat de haren gaan liggen als het buiten warmer is. Zweet zorgt voor afkoeling. Na het rijden zijn de paarden nog wel nat, maar dat is geen probleem, ze rollen even in het zand en gaan dan weer eten. Ze zijn nooit ziek en worden allemaal stokoud en rijden tot op hoge leeftijd (32, 28, 26)

Kortom rijden is niet natuurlijk, maar wel leuk en gezond. En gelukkig zijn onze paarden aan huis niet natuurlijk, want dan zouden medische zorg en voldoende ruwvoer niet voorhanden zijn. In de natuur is het vooral overleven, aan huis is het gezond leven; met voer, vriendjes en vrijheid. Altijd toegang tot ruwvoer, gezellig met z’n allen in een groep en zelf de keuzemogelijkheid om wel of niet in een stal te gaan staan. Iedereen die denkt dat een stal noodzakelijk is voor een paard, moet maar eens de deur open laten staan en bekijken hoe graag het paard er nou echt in wil staan.

Jantine Leeflang

www.jantineleeflang.nl

Een paddock is nog geen paddock paradise

Wie aan wilde paarden denkt, denkt aan een kudde paarden die met wapperende manen galopperen over de eindeloze vlaktes in enorme uitgestrekte natuurgebieden. De werkelijkheid blijkt anders te zijn: Paarden blijken steeds dezelfde paden af te leggen van voorziening naar voorziening en keren steeds weer terug naar vaste punten.

De realiteit is een stuk minder romantisch dan onze fantasie. In het wild is het leven toch saaier en routinematiger dan we altijd dachten. Juist deze nieuwe inzichten over in het wild levende paarden, waren de basis van het paddock paradise principe.

Je paard buiten zetten is een hele stap en is beter dan op stal staan, maar is nog niet het ideale eindpunt. Een paddock is nog geen paddock paradise. Een paard in een weiland of een gewone rechthoekige paddock zal uit zichzelf niet extra gaan bewegen als het voedsel onder hand- of eigenlijk neusbereik is. In een weiland is de uitdaging nul, je doet je hoofd naar beneden en gaat eten. In een paddock met een slowfeeder kun je de hele dag bij de slowfeeder staan en jezelf vol eten zonder ver te hoeven lopen, de drinkbak is immers ook dichtbij.

Kort samengevat zegt Jaime Jackson dat paarden meer gestimuleerd worden om te gaan bewegen als je een pad maakt op je terrein en daarbij plaats je de voorzieningen ver uit elkaar. Een drinkplek, een plek om te rollen, een plek om te slapen, een plek om te schuilen, een liksteen en slowfeeders. (Al kan het handig zijn om de schuilstal en liksteen te combineren om te voorkomen dat je liksteen wegregent.) Je verbindt de voorzieningen door middel van een pad en de paarden worden al veel meer uitgedaagd om te gaan bewegen. Beweging is noodzakelijk voor een goede doorbloeding, alleen als een paard beweegt werkt het hoefmechanisme; de hoef is een soort pompje dat in en uitzet als een paard loopt.

Ook al is er weinig oppervlak; er is altijd een manier om een uitdaging te verzinnen voor je paard. We zijn al veel creatieve oplossingen tegengekomen; een pad (‘track’) rondom de rijbak bijvoorbeeld kan al een verrijking zijn. Bij een bak van 20 x 40, heb je dan toch al snel 120 meter extra aan looppad voor je paarden!

Van 1982 tot 1986 heeft Jaime Jackson bestudeerd hoe paarden in het wild leven. De paarden in de V.S. zijn geen echte wilde paarden, want van oorsprong komen paarden helemaal niet voor op het continent Amerika. Het zijn onze eigen huis, tuin en keuken paarden die her-verwilderd zijn en prima gedijen in hun nieuwe omgeving. Omdat hij van oorsprong hoefsmid was, keek hij in eerste instantie naar hun hoeven. Hij ontdekte dat veel voorkomende hoefproblemen waar hij als smid mee te maken had, niet voorkwamen bij deze kuddes. Ook niet bij de hoeven van paarden die gestorven waren in het wild. Van evolutie en natuurlijke selectie kan nog amper sprake zijn, aangezien paarden pas 500 jaar voorkomen in Amerika. Dat is op evolutionaire schaal te kort om tot serieuze aanpassingen te komen. De paarden daar zijn nog steeds direct verwant aan onze paarden in alle opzichten. Zijn bevindingen heeft hij opgetekend in ‘Horse Owners Guide to Natural Hoofcare’ 1998, omdat collega’s weigerden te luisteren, heeft hij de briljante ingeving gehad om de paardeneigenaar zelf aan te spreken. De verandering komt dit keer van onderaf in plaats van bovenaf via de ‘deskundige’.*

Paarden in een paddock paradise plaatsen zorgt er voor dat ze gestimuleerd worden om hun natuurlijke gedrag te tonen, meer dan in een vierkant met zand. Van haaien is bekend dat ze sloom en ongezond worden als je ze in een aquarium stopt, er is geen enkele reden of uitdaging om actief te gaan zwemmen. Als er stromend water door de bak gepompt wordt, gaan ze actief aan de gang en moeten ze zwemmen en worden ze gezonder. De track is vergelijkbaar met stromend water voor de haai.

Jaime Jackson opent zijn boek ‘paddock paradise’ terecht met:

“To all horses everywhere who suffer the injustices of unnatural confinement”

“Opgedragen aan alle paarden ter wereld die lijden onder het onrecht van onnatuurlijke opsluiting”

Meer Nederlandstalige info: www.paddockparadijs.nl

Met dank aan M. Brian voor de bijpassende tekening: www.paardentekenaar.nl

*Zijn oplossing inspireerde mij ook om deze website voor en door paardeneigenaren op te zetten, in plaats van de deskundigen proberen ‘om’ te krijgen; in het verleden behaalde teleurstellingen (door Jaime Jackson) gaven al garantie voor de toekomst wat dat betreft. Als de ‘deskundigen’ zich al hebben gelieerd aan een keurmerk waarbij een half uur loslopen genoeg is, valt daar weinig eer te behalen.

“Maar overdag gaan de paarden naar buiten……”

Na het lanceren van de website hebben we toch een aantal mailtjes gehad van pensions met stallen die toch ook heel erg graag op de kaart wilden, want ‘overdag gaan de paarden naar buiten’. Helaas betekent ‘overdag naar buiten in de winter’ dat paarden van vanaf vijf uur ’s middags tot negen uur ’s ochtends binnen staan en dus 16 uur lang onafgebroken in hun box van 3 bij 3 staan.

Een ander aspect bij veel stallen waarbij de paarden ‘overdag naar buiten gaan’, is dat ze meestal in individuele paddocks staan. Zo’n postzegel paddock is meestal ook niet zo groot als een rijbak en als ze geluk hebben staat er een slowfeeder in. Postzegelpaddocks zonder ruwvoer, zijn eigenlijk een box zonder dak en zonder eten, geen wonder dat het paard graag naar binnen wil! Ze kunnen hun kont er amper keren, laat staan dat ze er even een sprintje kunnen trekken.

Ruwvoer in een postzegelpaddock is wel een verbetering, maar de paarden kunnen niet spelen met elkaar. Paarden moeten niet alleen elkaar kunnen zien, maar ook aanraken en kunnen spelen. ‘Overdag naar buiten’ en dus ’s nachts in boxen, voldoet helaas niet aan de natuurlijk behoeften van een paard. Een paard is ondanks het fokken van bepaalde rassen, nog steeds een steppedier dat het hele etmaal loopt en eet.

De kaart van ‘hetnieuwepaardenhouden’ is echt gericht op pensionplekken en maneges waar de paarden altijd buiten staan, in een groep en met voldoende ruwvoer. Overdag naar buiten in paddocks deden we jaren geleden ook al, het kan anders, het moet anders! Een paard is geen fiets die je ’s nachts in de schuur zet en overdag in het fietsenrek….

 

Limbodansen onder de lat van keurmerk paarden welzijn

We zijn net op tijd gestart met ons initiatief www.hetnieuwepaardenhouden.nl Vandaag viel ‘de hippische ondernemer’ op de mat. Daarin is de ene lofzang na de andere te lezen op het keurmerk paarden welzijn, waarbij één van de eisen is dat paarden een half uurtje per dag mogen loslopen en paarden zes uur zonder ruwvoer mogen staan (2 uur is het absolute maximum m.b.t. gezondheid). Wat natuurlijk één grote farce is. Elke pensionstal en elke manege kan op die manier aan de normen voldoen, want bij het uitmesten van de boxen worden de paarden meestal toch even in een paddock gezet.

Alle bobo’s hebben hun eigen column in het blad, de hoofdredacteur, de voorzitter van de sectorraad paarden, directeur van de FNRS en allemaal vertellen ze wat voor een enorme sprong voorwaarts dit keurmerk is. De lat ligt zo hoog dat je alleen maar hoeft te limbodansen om eronder door te komen.

Verder wordt er in het blad een samenvatting gegeven van de vergadering van de Kamercommissie die volledig in hun eigen voordeel wordt uitgelegd en het rapport van Dier en Recht wordt als onwaar weggezet. De minister laat het reguleren weer aan de sector zelf over, hoera. Maar wat al deze instanties niet doorhebben is dat de rest van de wereld ondertussen wél veranderd is: Paardeneigenaren verdiepen zich in welzijn voor paarden, doen kennis op en leren bij en zien ook dat het ophokken van paarden in kooien z’n langste tijd gehad heeft. De belangrijke instanties in de sector draaien nog steeds op hun stoommachine en hebben niet door dat er allang wind- en zonne-energie zijn. Ga vooral zo door, hou vast aan de tradities, probeer het publiek nóg een keer uit te leggen waarom het zo goed is wat we al honderd jaar doen en laat je ondertussen gewoon links en rechts inhalen door mensen die wel innoveren en wel vernieuwen.

Er is toch geen ondernemer meer die zich wil laten associëren met een half uurtje loslopen en daar ook nog eens 200 – 700 euro jaarlijks voor moeten neerleggen, voor een bordje op de muur waarbij iedereen nu denkt: “Oja dat betekent dat paarden een half uurtje los mogen lopen en zes uur zonder ruwvoer mogen staan (dan hebben ze allang een maagzweer, 2 uur is het absolute maximum!) en waarbij de ondernemer jaarlijks wordt uitgekleed voor een paar honderd euro.” Het is tijd voor verandering, het kan wél; paarden buiten huisvesten op veengrond. Het kan wél; paarden buiten huisvesten in de randstad. www.hetnieuwepaardenhouden.nl